Spring naar inhoud

Toespraak CdK René Paas bij dodenherdenking 2026 in Groningen

Onderstaande toespraak heeft de Commissaris van de Koning in Groningen René Paas op 4 mei 2026 uitgesproken ter gelegenheid van de dodenherdenking op het Martinikerkhof in Groningen:

Esmée van Eeghen. Luit Kremer. Anda Kerkhoven. Murco Lamminga. Ruurd de Bruin. Rosetta Cohen. Het zijn namen. Maar het waren mensen. Groningers. Mensen zoals u en ik. 

Vermoord

De verzetsvrouw Esmée van Eeghen werd verraden door een vriendin. Ze kwam terecht in het beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt. In de nacht van 7 september 1944 werd ze samen met de verzetsman Luit Kremer doodgeschoten bij het Van Starkenborghkanaal. Hun lichamen in het water. Zaterdag is op die plek voor hen een gedenkteken onthuld.

Anda Kerkhoven studeerde hier geneeskunde. Ze werd koerier en hielp onderduikers. Ook zij werd onderhanden genomen in het Scholtenhuis. Drie weken voor de bevrijding van de stad, schoten ze Anda dood in het bos bij Glimmen.

Murco Lamminga uit Winsum werkte voor de provincie. Ruurd de Bruin had een kruidenierszaak in Winschoten. Ook zij deden verzetswerk en verborgen onderduikers. De Sicherheitsdienst vond ook Murco en Ruurd. Ze werden vermoord.

Rosetta Cohen werd geboren in Ten Boer. Ze is negen jaar oud geworden. Haar zusjes Frederika en Esther werden zeven en drie jaar oud. Ze werden naar Auschwitz gebracht en daar meteen vergast, samen met hun moeder, Martha Behr. 

Je weet wat er op het spel staat als je daarmee stopt.

Als bedreiging

Hun verhalen en die van vele anderen herdenken we ieder jaar. En we begrijpen waarom iedereen na de oorlog verzuchtte 'Dit nooit meer'. Ook wij zeggen dat. Elk jaar opnieuw. Maar wat betekent 'dit nooit meer' als we eerlijk naar de wereld kijken? En naar onszelf?

Wat betekent het om de geschiedenis te leren begrijpen? Niet als een opsomming van feiten, maar écht begrijpen. Begrijpen hoe gewone mensen vijanden van elkaar worden. Begrijpen hoe geweld gewoon wordt. Hoe het stapje voor stapje van kwaad tot erger gaat.

Je weet wat er op het spel staat als je daarmee stopt.

We kennen de mechanismen. Uitsluiting, ontmenselijking, de verharding van taal. Ze horen niet exclusief bij één tijdperk. Ze zijn van alle tijden. Ook van nu.

We zien ze terug in de verschrikkingen van oorlog. Vlakbij, op een paar uur vliegen van hier. We horen ze – ook bij ons – in de manier waarop over mensen wordt gesproken: als getallen, als probleem, als bedreiging. Niet als mensen.

Blijven noemen

Dit is een tijd waarin wij onze positie moeten bepalen. Niet één keer, op 4 mei. Maar elke dag. Door te luisteren. Door te kijken, écht te kijken, naar wie er voor ons staat. Door het er met elkaar over te hebben. Door bezwaar te maken tegen woorden waarin mensen worden ontmenselijkt. En op te staan als onrecht dreigt.

Dat vraagt onze blijvende aandacht. Zoals je een dijk niet één keer onderhoudt, maar inspecteert na elke storm. Je weet wat er op het spel staat als je daarmee stopt. Het klinkt misschien logisch, maar het is zwaar. En het vergt moed.

Dat weten we van hen. Esmée van Eeghen en Luit Kremer wisten wat er op het spel stond toen ze in het verzet gingen. Anda Kerkhoven was niet naïef. Ze wist het. Ook Murco Lamminga en Ruurd de Bruin wisten wat ze te verliezen hadden. Ze kozen voor het goede, ook toen dat gevaarlijk was. Dát voorbeeld is wat zij ons nalaten.

En Rosetta Cohen? Zij laat ons iets anders na. Een grens. Rosetta was negen, zij had geen keuze. Wij wel. En zij herinnert ons aan wat we kunnen verliezen wanneer wij wegkijken als het erop aankomt. Zolang we haar naam noemen, leeft die herinnering.

Laten we haar naam blijven noemen.